Direct naar de inhoud

De geschiedenis van de postcode in Nederland

Door Redactie Postcode-zoeker · bijgewerkt op 12 juni 2026 · 5 min lezen

De geschiedenis van de postcode in Nederland begint in 1977 bij de PTT. Lees hoe het systeem werd ontworpen voor automatische postsortering.

De Nederlandse postcode werd in 1977 ingevoerd door de PTT, met één doel: post automatisch kunnen sorteren. Bijna vijftig jaar later is diezelfde code van vier cijfers en twee letters uitgegroeid tot iets veel groters dan een sorteerhulp. Dit is hoe dat zo gekomen is.

Post sorteren vóór 1977: handwerk

Stel je een sorteercentrum voor in de jaren zestig. Bergen post, en bij elke envelop moest iemand de plaatsnaam en de straatnaam lezen om hem in het juiste vak te gooien. Dat vroeg om sorteerders die de geografie van hun regio uit het hoofd kenden.

Waar het misging

Het ging dan ook geregeld mis. Slecht leesbare handschriften, plaatsnamen die op elkaar lijken, straten die in tientallen gemeenten voorkomen: een Kerkstraat heb je in zo ongeveer elke plaats. Elke twijfel kostte tijd, en elke fout betekende dat een brief een omweg maakte.

De grens van het handwerk

Ondertussen groeide de hoeveelheid post jaar na jaar, en sorteerders opleiden kostte maanden. Met de hand sorteren liep tegen zijn grenzen aan. De oplossing moest van machines komen, maar een machine kan niet overweg met "bij de kerk, derde huis links". Die heeft een code nodig, kort en eenduidig.

1977: de PTT voert de postcode in

In 1977 was het zover. De PTT, het staatsbedrijf dat toen de post verzorgde, voerde in één keer een landelijk dekkend postcodesysteem in. Elk adres in Nederland kreeg een code van vier cijfers en twee letters.

Dat was internationaal gezien bijzonder. Nederland was een van de eerste landen met een volledig postcodesysteem, fijnmazig tot op het niveau van een straat of een deel daarvan. Veel landen hadden hooguit grove cijfercodes per stad of regio; de Nederlandse code wees een groepje van hooguit zo'n 25 adressen aan.

De operatie raakte iedereen in het land. Elk huishouden moest zijn nieuwe code leren kennen en gebruiken, elke afzender moest hem voortaan op de envelop zetten. De PTT begeleidde dat met voorlichting en campagnes, en binnen een paar jaar was de postcode vanzelfsprekend. Wie er nu mee opgroeit, kan zich nauwelijks voorstellen dat hij er ooit niet was.

Waarom vier cijfers en twee letters

De vorm van de postcode is geen toeval. Elk deel van de code heeft een eigen taak, en samen vormen ze een trechter van grof naar fijn.

De cijfers: van regio naar wijk

De eerste twee cijfers wijzen een regio aan, de laatste twee een plaats of een wijk daarbinnen. Zo staat 1012 voor een stuk van Amsterdam-Centrum en hoort 9712 bij de stad Groningen. Een sorteermachine kan met alleen de cijfers de post al naar het juiste deel van het land en de juiste wijk sturen.

De letters: de straat

De twee letters verfijnen dat tot een straat of een deel van een straat. Met 26 letters per positie leveren twee letters honderden combinaties per cijfergebied op. Daardoor bleef de code kort: zes tekens die je makkelijk onthoudt en opschrijft. Hoe die onderdelen precies in elkaar grijpen, lees je in het artikel over de opbouw van een postcode.

Van PTT naar PostNL

Het bedrijf achter de postcode is in de loop der jaren flink veranderd, het systeem zelf nauwelijks. Die twee verhalen lopen opvallend ver uiteen.

Een bedrijf in beweging

De PTT was in 1977 nog een staatsbedrijf dat post én telefonie deed. Later werd het verzelfstandigd en geprivatiseerd, en na een reeks afsplitsingen en naamswijzigingen heet het postbedrijf tegenwoordig PostNL. PostNL kent vandaag de dag de postcodes toe bij nieuwe adressen, in afstemming met gemeenten.

Een systeem dat bleef staan

Door al die veranderingen heen bleef één ding overeind: het postcodesysteem zelf is sinds 1977 in de kern hetzelfde gebleven. Nog steeds vier cijfers en twee letters, nog steeds dezelfde logica van regio naar straat. Dat het een halve eeuw zonder grote verbouwing meegaat, zegt iets over het oorspronkelijke ontwerp. Er was ruimte genoeg voor groei: nieuwbouwwijken, Almere, hele polders vol adressen konden erbij zonder dat de structuur hoefde te veranderen.

Van sorteerhulp naar datastandaard

Het opvallendste aan de geschiedenis van de postcode is misschien wel wat er ná de invoering gebeurde. Een code die voor sorteermachines was bedacht, bleek voor van alles bruikbaar. Niemand had dat in 1977 zo gepland; het gebeurde gewoon, dienst voor dienst. Een greep uit wat er tegenwoordig op de postcode draait:

  • Navigatie: postcode plus huisnummer invoeren is sneller dan een straatnaam typen.
  • Webshops en bezorging: adrescontrole en het automatisch aanvullen van straat en plaats.
  • Statistiek: het CBS publiceert cijfers over inkomen, wonen en bevolking per postcodegebied.
  • Verzekeringen en energie: premies en aansluitingen worden vaak per postcode bepaald.
  • Hulpdiensten: snel een locatie bepalen als elke seconde telt.

De postcode werd zo een soort landelijke standaard om een plek aan te duiden, ver buiten het domein van de post. Wat een postcode precies is en wat hij wel en niet aanwijst, lees je bij wat is een postcode.

Het systeem nu, in cijfers

Bijna vijftig jaar na de invoering ziet de balans er zo uit:

  1. Ongeveer 460.000 volledige postcodes
  2. 4.072 viercijferige postcodegebieden
  3. 2.502 woonplaatsen, verdeeld over 342 gemeenten
  4. Maximaal ongeveer 25 adressen per volledige postcode, gemiddeld zo'n 15 tot 20

Die aantallen groeien nog steeds mee met elke nieuwbouwwijk die erbij komt.

Eén ding is sinds 1977 wel wezenlijk veranderd: de plek waar de gegevens worden bijgehouden. Adressen staan tegenwoordig in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van het Kadaster, de officiële bron waar ook onze data vandaan komt. Gemeenten registreren daar elke wijziging, van nieuwbouw tot sloop, vrijwel direct nadat die is vastgesteld.

Het resultaat van die halve eeuw merk je elke keer dat je iets bestelt of een route plant. En wil je van een willekeurig adres de code weten, dan zoek je de postcode bij een adres in een paar seconden op. In 1976 had je daar nog een dik papieren postcodeboek voor nodig gehad. Dat boek bestond toen overigens nog niet eens.

Veelgestelde vragen

In 1977, door de PTT. Het systeem werd ontworpen voor automatische postsortering.
Nederland was een van de eerste landen met een volledig postcodesysteem dat tot op straatniveau werkt. Andere landen hadden vaak alleen grovere cijfercodes per stad of regio.
De structuur niet: het is nog steeds vier cijfers en twee letters. Wel komen er voortdurend postcodes bij door nieuwbouw, en worden de gegevens nu bijgehouden in de BAG van het Kadaster.
PostNL, de opvolger van de PTT, in afstemming met gemeenten die nieuwe adressen vaststellen.

Bron: BAG (Kadaster), CBS en PostNL. Laatst bijgewerkt op 12 juni 2026.

Lees ook

Zelf een postcode opzoeken?
Vul een adres in en je krijgt direct de postcode.